• Ton Wesselius
  • Bas van der Weijden

Wereldreis door dorpen Kaag en Braassem deel 5: Rijpwetering

Als ik een ranking zou moeten maken betreffende alle dorpen in de gemeente Kaag en Braassem zou Rijpwetering heel hoog scoren; wellicht zelfs nummer één. Zo wandelend over de Ripselaan (met tegenwind!!!), laat ik het dorp alvast op mij inwerken. Op de een of andere manier ken ik alleen maar aardige mensen uit De Rip.

Nu ben ik nogal verbonden aan het lokale voetbal. Zodoende kom ik bijvoorbeeld jaarlijks een aantal maal op het complex van ROAC, gelegen aan de Oud Adeselaan. Die club mag zich met recht momenteel de beste voetbalclub van de gemeente noemen. Dat gun ik ze als import Veender… voor een jaartje! Goed bestuur ook daar. Klassespelers, eentje klust bij me thuis geregeld. Sympathieke meiden komen ook uit de Rip. Kortom, ik kijk uit naar mijn bezoek.

TOUR DE FRANCE Mijn haar ziet er niet meer uit na een zoveelste windvlaag, maar goed. Ik kom niet voor een beautycontest. De Rip was van oorsprong een veeteeltdorp zo is mij verteld. Ach dat zie je ook nog wel een beetje als je de dorpskern nadert. Het telt zo'n 2000 inwoners, dus de sportieve prestaties zijn dan extra te prijzen. En laten we Joop niet vergeten!!! Winnaar van de Tour de France in 1980 en wereldkampioen. Zoetemelk werd weliswaar geboren in mijn geboorteplaats Den Haag (vergeet dat vooral ook niet!) maar verhuisde al na enkele maanden met zijn ouders naar dit gezellige dorp. Zoetemelk heb ik een aantal keer mogen ontmoeten bij prijsuitreikingen Ik kreeg altijd een onbestemd gevoel in zijn nabijheid. Het leek er elke op dat al die poeha voor hem niet hoefde; hij meer geïnteresseerd was in de jonge sporters in de zaal en zijn eigen prestaties wegwuifde. Een te lieve man voor deze wereld, maar laten we niet vergeten: een beest en vastbijter op de pedalen.

ROEISPAAN Shit, het begint te regenen. Op deze manier kan je eigenlijk niet anders dan Het Vosje of De Paerdebrug te bezoeken. Wat een geldig excuus… Op de dijk bij het bord met de dorpsnaam word ik zowat geschept door een wielrenner. Gek word ik van die lui. Een bel op het stuur gaat ten koste van de airodynamiek veronderstel ik. Wat een onzin van die zondagrijders. Bovendien spat er wat extra water tegen mijn kuiten nu. Ik zet mijn frustratie om in een gedachte aan een verdiend gebakje…

Da's wellicht ook aardig om te vermelden. Eind jaren zeventig (ja zover ga ik al terug op deze planeet) toog ik als tiener met een aantal maten als Haags ventje naar De Rip. We gingen er vissen en huurden bij 't Vosje een bootje. We waren een stel minkukels. Binnen de kortste keren lagen al onze hengeldraden door elkaar. En bleef het daar maar bij. Hoe een makker het voor elkaar kreeg, geen idee, maar er werd een roeispaan gebroken. Ook die dag regende het pijpenstelen herinner ik me nu. Terwijl ik 't Vosje binnenstap en het water zoveel mogelijk voor de deur van me afsla, herken ik toch nog de baropstelling van toen. Ik ga weer even terug in het verleden. We moesten onze schade melden aan de barkeeper. Met schaamrood op de kaken vertelden we hem wat we hadden gedaan met zijn boot. Hij schudde zijn hoofd terwijl hij wat glazen schoonpoetste. 'Jullie zagen er al uit als echte roeispanenslopers', brieste hij. Die uitspraak is nog immer een gevleugelde uitspraak in mijn vriendenkring.

KROEG Oooooohhhh, wat smaakt koffie met gebak toch heerlijk na een lange wandeling. Ik kies voor appelgebak. 't Vosje heeft ook een heerlijke bosvruchtenvariant, maar daar heb ik altijd de rest van de middag oprispingen van. Ja, ik ben ervaringsdeskundige. Er zitten allemaal fietsers op me heen. Dat weet ik door de volle stalling buiten. Ik zie zelfs de man die me zowat aanreed en zin op sportieve wraak. Hij lacht ook te luid deze man. En hij heeft een sik. Mannen met sikken deugen niet, denk daar maar eens over na. De roeispanensloper van destijds had ook een sikje. Hij durfde de man achter de tap zelfs deze vraag te stellen: 'weet u ook een goede kroeg in de buurt?'. Dat die sik toen niet hier op de Koppoellaan het water in is gegooid, begrijp ik nog steeds niet. Te aardig die Rippers!

Ik moet weer verder. Ik kijk naar buiten. Ik moet weer verder. Ik kijk naar buiten (herhaal dit tien keer). Wat een geweldig molens heeft dit dorp: de Adermolen; Blauwe Molen; de Moppemolen; de Buurtermolen; de Waterloosmolen; de twaalfkantige (ik heb ze gesteld) Lijkermolen No 1 en Lijkermolen No 2. Stuk voor stuk geweldige pronkstukken om te bezoeken. Met de staart tussen benen bel ik echter een famielid thuis of die zijn vader wil ophalen in ruil voor een gebakje. Niemand neemt echter op. Ik moet de natte wereld in mijn eentje trotseren. Bij het tafeltje naast me wordt weer veel te hard gelachen. Het is de sik. Ik sta op om te gaan betalen. Ik popel om de barman te vragen of hij een roeispaan te leen voor me heeft.

Label:

Wereldreis