Ron gaat voor de baan

Van der Lem beschrijft zijn ervaringen op zijn eigen wijze; vanuit een persoonlijk perspectief. Hij tracht alle schakels en afdelingen van de organisatie te doorlopen. Na de slijterij van vorige week komt nu een organisatie aan bod die zeker niet mag ontbreken aan de reeks ….

Het netwerken begint vruchten af te werpen. Of ik nu in de nieuwe Plus supermarkt sta of in een voetbalkantine: een por in mijn zij hoort er tegenwoordig bij. En dan: 'psssss ik weet nog wel wat voor je om nu eindelijk eens de handen uit de mouwen te steken…' En zo raadt iemand mij buurman Toon aan. Ik zuchten uiteraard. Buurman Toon… Lekker vaag! Volgende keer is het tante Truus of neef Henk. Dat schiet toch niet op? U begrijpt het; deze wipneus heeft het weer eens bij het verkeerde end. Buurman Toon is inmiddels een begrip. Het is een zorg- en belevingskwekerij in Oude Wetering op de Baan. En sta ik ruim op tijd (…) op een woensdagmiddag te bellen op nummer drieëndertig. Gea van Veen doet open en vertelt me dat ze vaste medewerker is. Ze leidt me naar een grote tafel in loods die ook echt bij een kwekerij thuishoort. Al snel voegen vrijwilligster Trudy Straathof en medewerkster annex schoonzus Elizabeth Volwater zich bij ons aan. Terwijl ik me al een beetje aan het verklaren ben, kom uit de naburige kas de boomlange Adri Volwater aanlopen; de grote man achter dit gebeuren. Omdat er ook foto's gemaakt worden, moet er maar snel een beter tafellaken op tafel komen. Zo zijn we met z'n allen ineens bezig alles in een juiste setting voor de middag te brengen.

MISSIE Volwater is directeur van land- en tuinbouwbedrijf Join & Joy. Dat grenst aan de locatie van Buurman Toon. Buurman Toon heeft echt bestaan, maar de echte is alweer zo'n zeven jaar geleden overleden. Zijn stuk land, zo was het plan, zou gebruikt worden voor iets voor de gemeenschap. Dat was en is nog immer het uitgangspunt vertelt Volwater aan de kop van de tafel. Mensen blij maken, dat is wat wij willen bereiken. De dames om mij heen knikken instemmend en nemen nog een slok thee. Kijk, vervolgt mijn nieuwe baas, je moet ons zien als tussenstation. Mensen die geen baan hebben, leren wij te werken. Wij vormen een opstap naar een verdere baan. Bij ons komen mensen aankloppen die bijvoorbeeld psychische problemen hebben. Of statushouders, vult Gea aan. Of statushouders… herhaalt Volwater. Afkomstig uit Syrië of Eritrea. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tja… als dat de categorieën werknemers zijn, vraag ik me af waar ik dan toe behoor. Men twijfelt nog wel eens aan mijn psyche en als import Hagenaar mag ik me misschien een beetje rekenen tot de statushouders…. Buurman Toon krijgt trouwens deels zijn krachten vanuit Tom in de Buurt; de maatschappelijke organisatie.

Over mijn eigen bescheiden afkomst heeft Volwater even later en net voordat we aan de slag gaan, wel een rake opmerking. Als ik uitleg wat de condities zijn van deze middagbesteding zegt hij: a ha… ik hoor het al. Uit Den Haag, dus veel praten en weinig werken!

Alles best, maar als je aan het werk gaat, ga je ook in typische werkkledij, wordt me te verstaan gegeven. Binnen vijf minuten loop ik buiten met een pet op en met klompen aan die iets te groot zijn. Het bedrijf, dat overigens al twee jaar operationeel is, heeft zo'n zeven medewerkers. De werknemers zijn met zijn tienen. Volwaters noemt ons werkenden 'halers' en 'dragers' , maar in de praktijk worden deze begrippen in alle hilariteit door elkaar gehaald. We zitten eind oktober in de nadagen van het in juni startende Dahlia-seizoen. Dus ik maak me verdienstelijk gedurende deze middag op de paden in het Dahliaveld. Ik knip de stengels af op zo'n veertig centimeter lengte. Het zijn prachtige bloemen. Vol van kleur en prachtig volle knoppen. Het is zoals al gezegd het einde van het seizoen in februari zijn de tulpen aan de beurt. Na het knippen van de stengels gaan we naar binnen en gaan we alles wat we geplukt hebben sorteren en tot echte bossen bloemen in pakken. Het is heel gezellig, want je kan heerlijk kwekken terwijl je de constante handelingen uitvoert. Als kers op de taart mag ik een aantal bossen wegbrengen met de bakfiets. Zo rij ik een stukje over De Baan met mijn 'handel'.

Door de intensieve werkzaamheden is het voor dat ik het weet al weer ten einde. Mijn grootse carrière als Dahliasnijder zit er op. Binnen in de loods vinden op dat moment de functioneringsgesprekken plaats. Daar stel ik me nog maar niet aan bloot. Ik kijk wel met genoegen terug op mijn werktijd in Oude Wetering. Wederom kan ik vol overtuiging dit zeggen: Fijne mensen, fijne zaak, fijne bazen, fijn dorp!