Ron gaat voor de baan

Correspondent Ron van der Lem gaat in elk dorp van Kaag en Braassem een dagje werken bij een typerend bedrijf in die omgeving. Elke week een ander dorp en dus …. Ook een ander bedrijf. Het spits in de reeks van negen wordt afgebeten in Leimuiden.

Vrijdag 27 oktober is het zover. Ik ga aan het werk in Leimuiden. Laat het niet de gewoonte worden: ik ben te laat. De brug staat open. Ik kom aanrijden vanuit De Veen en zie voor het stoplicht de minuten wegtikken richting mijn geplande startmoment. Daar ben ik niet blij mee. Wat zou mijn kersverse baas wel hier niet van denken? Zal ik op staande voet ontslagen worden voordat ik nog maar 1 minuut aan de slag ben geweest. Ik trap de wagen flink op zijn staart en even later gier ik het dorpsplein op en vindt er een laatste lege parkeerplek. Tien metertjes wandelen en daar sta ik: in de ingang van slijterij Bouwmeester. Ik ga namelijk vandaag aan de slag bij Aad Bouwmeester en zijn vrouw Yvonne. Met een grote glimlach op beide gezichten word ik welkom geheten. Openstaande bruggen komen totaal niet ter sprake. Achter in de zaak staat een zwaar eiken tafel en zeer klassieke stoelen. De Bouwmeesters zitten daar eventjes iets af te handelen met een klant. Zo'n tafel brengt meteen iets huiselijks en sociaals met zich mee. 'Klopt', zegt Yvon. 'Het heeft jarenlang in huis gestaan, maar ik heb een modernere smaak dan Aad!' De klant betreft iemand die een extra bestelling doet naar aanleiding van de whisk(e)y-proeverij van de avond daarvoor. Bouwmeester waarschuwde me al door telefoon van te voren: 'misschien ben ik de eerst uurtjes nog even duffig. Dat komt dan van het proeven….' Er zijn wel dertig flessen aan de man gebracht in De Boerderij van Renees Café na de proeverij. Een groot succes dus. De proevers, zo vertelt Bouwmeester enthousiast terwijl hij koffie voor me inschenkt, mochten een eigen 'blend' samenstellen, dus een mengeling van verschillende distillateurs.

Kreidler en gadgets Even later krijg ik een schort om van een duur champagnehuis. Het werk gat echt beginnen. Bouwmeester neemt me mee naar de toonbank en legt beknopt de werking van de kassa uit. Op de toonbank staat vreemd genoeg een benzinetank van een Kreidler. Kreidlers waren populaire brommers in de jaren zeventig. In de tank zijn flessen gestoken die lijken op smeerolie. De reclameplaat die erbij hoort, zegt: Nozem, zonder smering loopt alles naar de tering! Kijk, dat zijn nog eens slogans…. Er zijn meer gadget-achtige drankflessen. Niet veel later sta ik met Cocaine en Cannabis in mijn handen. Het is niet de stimulatio in planten of poedervorm. Het betreft hier onschuldige drankjes; speciaal ontwikkeld voor de cadeaumarkt. Toevallig stapt er een jonge klant naar binnen die een speciaal biertje

koopt. Na afloop lopen we even naar buiten. Daar staat een echte Kreidler geparkeerd. We halen herinneringen op uit onze jeugd. De tijd dat die brommers 'in' waren. Zo gaat het in dorpen: aan elke klant zit wel een uniek verhaal vast.

Achtergronden op de voorgrond Bouwmeester legt me uit dat hij vroeger groenteboer was. Hij had toen nog een grote snor zelfs. Hij reed rond vanuit Roelofarendsveen als mobiele kruidenier. Zo startte hij uiteindelijk ook een eigen groentenzaak waar nu de chocolaterie is gevestigd in het dorp. Maar groenten zijn bederfelijk en ze kunnen niet vers genoeg zijn. Hij had al kennis van wijn; hij maakte op den duur de stap naar wijnhandel-slijterij. 'Die handel gaat langer mee', legt hij met een glimlach uit. Hij vertelt me ook over de vernuftige

proefinstallatie die hij heeft. De open flessen die daar in staan, blijven extra lang goed vanwege een stikstof-constructie om de inhoud langer houdbaar te houden. Tussendoor helpen we klanten. Soms komt een aantal tegelijk binnen; soms hebben we de tijd om langer over de mooie kanten van het bedrijf te praten.

Proeven Je moet in dit soort winkels uiteraard nooit zelf je beste klant worden. Zodoende spuugt Bouwmeester even later alle bodempjes whisk(e)y die hij me voorzet, keurig in een speciale rode kan. De ware passie van de man komt naar boven. Hij laat me verschillende whisk(e)y's proberen die zeer uiteenlopend van smaak zijn. Als tijdelijk werknemer van zijn bedrijf moet uiteraard mee kunnen praten over de vaak bijzondere waar die hij verkoopt. Ik ruik aan een aantal hemelse 'malts'. De Amerikaanse zijn gerijpt op eikenhouten vaten; soms zelfs portvaten. Echter één springt er echt bovenuit: Talisker Skye; afkomstig van het Schotse eiland Skye. Als daar een eetlepelvol van laat rollen door je mond, voel je echt een citrus meerollen en krijg je het gevoel dat je even daarvoor een wilde Havana sigaar hebt gerookt. Ik denk dat niet eerder iets gedronken heb waarbij zoveel smaaksensatie mee gemoeid is. Bouwmeester keurt mijn opmerkingen goed. Zijn vrouw Yvon kijkt met plezier mee. Zij is eerder iemand van de goede Rosé en Chardonnay, dus dit is niet aan haar besteed.

Fillier Zowel letterlijk als figuurlijk zit mijn 'proeftijd' bij de Bouwmeesters er op. Ik zinspeel om een toespraak te doen met woorden in de trant van 'bedankt voor de drie fijne uren…'. Het komt er niet van want Bouwmeester herinnert me aan de fles Fillier. Dat is de Rolls Royce onder de oude graanjenevers. En die ga ik aan mijn oudere uitgave (mijn pa dus) geven voor zijn komende verjaardag. Ik neem met een beetje weemoed afscheid van Aad en Yvon. Fijne mensen, fijne zaak, fijne bazen, fijn dorp!